De lange weg naar Alaska, een verhaal van loslaten en ontdekken - van Jasper tot de Inside Passage
Langs First Nations dorpen, zalmrivieren en een tragisch verhaal in Moricetown
Een persoonlijk reisverhaal over het traject van Jasper tot Prince Rupert, met ontmoetingen met First Nations, een bezoek aan K’san Village, zalmvangst in Moricetown en een ferrytocht naar Alaska. Deel 2 van de blogreeks 'De lange weg naar Alaska'.
Na de eerste dagen in Alberta, waarin we langzaam tot rust kwamen, begon het tweede hoofdstuk van onze reis. Jasper vormde de overgang naar British Columbia, waar natuur en cultuur elkaar ontmoeten. We trokken langs First Nations dorpen, zagen traditionele zalmvangst in Moricetown, bezochten K’san Village en hoorden verhalen die ons zouden bijblijven. De Inside Passage bracht ons uiteindelijk naar Alaska – een plek die we al jaren wilden zien. Wat we onderweg meemaakten was meer dan alleen prachtige uitzichten: het was mensen ontmoeten, versteld staan en nadenken over ons leven.
Rustdag in Jasper
Na de intense indrukken van Banff en de Icefields Parkway, was Jasper een welkome pauze. We installeerden ons op Whistlers Campground, waar de geur van dennen en het zachte geritsel van de wind door de bomen ons meteen tot rust brachten. We deden boodschappen, wasten kleren, en genoten van een rustige avondwandeling. De kinderen speelden in het bos, terwijl wij voor het eerst echt het gevoel hadden dat we in het ritme van de reis kwamen.
Miette Hot Springs en een onverwachte ontmoeting
De volgende dag reden we over een kronkelige weg naar Miette Hot Springs, omgeven door steile bergflanken. Met een temperatuur van 42 °C vormden de warmwaterbronnen een heerlijk contrast met de frisse berglucht. Op de terugweg zagen we plotseling een kudde berggeiten grazen langs de kant van de weg. Ze keken ons nieuwsgierig aan, maar lieten zich niet storen door onze aanwezigheid. Het was een van die momenten waarop je je klein voelt tegenover de grootsheid van de natuur.
Van Jasper naar Prince George
We verlieten Jasper met een dankbaar gevoel en reden westwaarts richting Prince George. De weg kronkelde door dichte bossen en langs rivieren die glinsterden in het zonlicht. Onderweg stopten we bij Mount Robson, de hoogste berg van de Canadese Rockies. Ook al was de top gehuld in wolken, het uitzicht was indrukwekkend. In Prince George vonden we een eenvoudige camping en genoten we van een rustige avond rond het kampvuur onder de sterrenhemel.
Hazelton en Moricetown: cultuur en tragedie
Via Smithers reden we naar Hazelton om het K'san Historical Village te bezoeken. De totempalen, longhouses en verhalen van de Gitxsan First Nation maakten een blijvende indruk op ons. In Moricetown keken we toe hoe vissers met traditionele methoden zalm vingen in de kolkende rivier. Dit was een krachtig symbool van hun verbondenheid met de natuur. Die dag werd echter overschaduwd door een tragisch ongeval: een jonge man was verdronken in de rivier. De inwoners van het dorp waren nog steeds op zoek naar zijn lichaam, dat door de stroming was meegesleurd. De stilte en droefheid in het dorp waren voelbaar. We stonden stil bij de kwetsbaarheid van het leven en de kracht die voortkomt uit gemeenschappen die samen rouwen.
Wachten op de zalmrun – een eeuwenoude traditie
De inheemse gemeenschappen keken dit jaar vol spanning uit naar de zalm. Het had aanzienlijk meer geregend dit jaar, waardoor het waterpeil in de rivieren uitzonderlijk hoog was. Daardoor kwam de zalm later dan normaal aan. Voor de First Nations is de zalmtrek meer dan alleen een seizoen; het vormt de basis van hun levensonderhoud. In de zomer vangen ze zalm en slaan die op, net zoals ze dat doen met elanden- en hertenvlees, zodat ze het hele jaar door voldoende voedsel hebben.
Traditioneel werd zalm gerookt tot hij halfdroog was, maar tegenwoordig werken veel mensen in conservenfabrieken en hebben ze geleerd hoe ze zalm anders kunnen inmaken. De vis wordt schoongemaakt en in de lengte doorgesneden zonder volledig te worden gescheiden, en vervolgens een dag en een nacht in de rookhut gehangen. Zo krijgt de zalm een subtiele rooksmaak. Vervolgens wordt hij in grote stukken gesneden, in potten gedaan en vier uur lang ingeblikt. Door een beetje azijn en zout toe te voegen worden de graten zachter – een combinatie van traditionele methoden en moderne conserveringstechnieken.
De K’san: een cultuur van duizend generaties
De gereconstrueerde langhuizen in K'san Historical Village, gelegen aan de samenvloeiing van de Bulkley- en Skeena-rivieren, bieden een indrukwekkend inzicht in de rijke cultuur die al meer dan 10.000 jaar bestaat. Het Gitxsan-volk, waarvan de naam ‘volk van de mistrivier’ betekent, leeft in een matrilineaire samenleving waarin de clanstambomen via de moeder worden doorgegeven. Iedereen behoort tot een van de vier clans: wolf, kikker, zeearend of wilg. Deze clans bepalen de sociale structuren, ceremoniële rollen en het erfgoed.
De omvang van het leven in de oorspronkelijke langhuizen maakte indruk op ons: tot wel zestig mensen woonden samen onder één dak in woningen die drie keer zo groot waren als de huidige reconstructies. Binnen deze gemeenschappen werd alles gedeeld – verhalen, voedsel en verantwoordelijkheden – en dat gevoel van verbondenheid was nog bijna tastbaar toen we door het dorp liepen.
Onze gids, een trotse Gitxsan, vertelde dat hun taal een van de moeilijkste ter wereld is. Tot in de jaren ’70 was er niets van hun taal of cultuur opgeschreven. Alles werd mondeling doorgegeven, van generatie op generatie. Daarom zijn potlatches – ceremoniële bijeenkomsten met dans, verhalen en transacties – zo belangrijk: het is een manier om de geschiedenis van een volk levend te houden.
Gerty en het geld van Jesse James: een verhaal dat blijft hangen
Een paar kilometer voorbij het knooppunt van de Cassier Highway ligt een bescheiden galerie voor inheemse kunst: Gitksan Paintbrush. Tijdens een eerdere reis kochten we daar een groot, rond masker en een rammelaar in de vorm van een Amerikaanse zeearend, beide gemaakt van rood en geel cederhout. We hebben ze een ereplaats in ons huis gegeven. Dit jaar wilden we alleen even langsgaan om hallo te zeggen. Maar ik nam toch maar mijn handtas mee – je weet maar nooit.
De eigenaar herkende ons meteen. Hij herinnerde zich zelfs nog hoe we met een volgeladen auto vertrokken en ik de rammelaar op mijn schoot hield. Hij glimlachte nog steeds bij de gedachte.
Terwijl we rondliepen, zag ik een opmerkelijk gebeeldhouwd masker van een orka die in een mens verandert. De eigenaar had twee jaar eerder gezien hoe de kunstenaar, H. Reece, het beeld uit één blok cederhout had gesneden. Terwijl we overwogen het te kopen, kwam hij naar ons toe en vertelde ons een verhaal dat we nooit zullen vergeten.
De man komt oorspronkelijk uit Kansas City en verdeelt zijn tijd nu tussen Kitwanga in de zomer en Kansas City in de winter. Hij is getrouwd met een lokale vrouw en heeft vijf kinderen. Hij kende een oudere vrouw genaamd Gerty, die in het dorp woonde en naar dezelfde kerk ging als hij.
Toen Gerty ziek werd en in het ziekenhuis werd opgenomen, vroeg de sociale dienst enkele leden van de kerk om bij haar thuis langs te gaan en haar leefomstandigheden te controleren. Wat ze aantroffen was schokkend: stapels kranten blokkeerden de gangen, de badkamer was in erbarmelijke staat en ze gebruikte het bad als toilet. Maar tussen de pagina's van die kranten vonden ze geld – hier 50 dollar, daar 250 dollar, en soms zelfs nog meer. En dat was nog maar het begin.
Ze wisten dat Gerty's overleden echtgenoot, Lawrence Barr, de kleinzoon was van Jesse James, de beruchte bankrover. Terwijl ze verder opruimden, vonden ze obligaties aan toonder en een doos met drieduizend zilveren dollars. In totaal bleek Gerty ongeveer 900.000 dollar waard te zijn – en dat wist ze zelf niet eens.
Maar het verhaal eindigde niet daar. Toen Gerty uit het ziekenhuis werd ontslagen, gaf ze de eigenaar van de winkel toestemming om alles wat hij wilde uit haar huis mee te nemen. Hij koos een paar oude boeken over het Wilde Westen, gepubliceerd in 1926. Tussen de pagina's zat een handgeschreven brief van Jesse James aan zijn dochter – de schoonmoeder van Gerty. Die brief wordt nu veilig bewaard in een bankkluis.
Uiteindelijk werd een advocaat aangesteld om haar nalatenschap te beheren. Niemand kon ooit bewijzen waar het geld vandaan kwam. Toen Gerty stierf zonder levende erfgenamen, werd haar fortuin verdeeld over twee kerken, zoals bepaald in haar testament.
Langs de Skeena naar Prince Rupert
De weg naar Prince Rupert volgde de loop van de Skeena River, een van de mooiste trajecten in British Columbia. Mistflarden hingen tussen de bergen, adelaars cirkelden boven het water, en het regenwoud had een mysterieuze glans. In Prince Rupert bereidden we ons voor op de ferrytocht naar Alaska.
We bezochten de haven, aten verse vis, en voelden de spanning stijgen. Na een week onderweg te zijn geweest, stonden we op het punt om de grens over te steken naar het land van onze dromen.
De dans van de zeearenden
Terwijl ik in de haven naar een zeearend in een boom stond te kijken, kwam er een oudere man naar me toe. Hij was het toonbeeld van een man uit Alaska, gekleed in een rood geruit overhemd en een versleten jeans, met een verweerd gezicht, wit haar en een baard die de tand des tijds leek te weerspiegelen. Hij vroeg me of ik naar de maan keek. “Nee,” zei ik, “naar de arend.” En toen begon hij te vertellen.
Hij was eens aan het wandelen in de bergen rond het dorp toen hij plotseling een zwarte kolom zag oprijzen die hoger was dan de bergtoppen. Nieuwsgierig liep hij dichterbij. Tot zijn grote verrassing bleek het een groep Amerikaanse zeearenden te zijn – honderden – die in een verticale dans om elkaar heen vlogen. “Het was de lentedans”, zei hij. Tijdens het broedseizoen komen ze samen – nooit op dezelfde plek – en voeren ze dit harmonieuze luchtballet uit.
Hij keek me aan en glimlachte: “Ik vraag me af hoe ze elkaar vertellen waar ze samenkomen. Ze gebruiken geen gsm’s, hé.” En met die opmerking wenste hij me een goede reis en verdween, alsof hij zelf deel uitmaakte van het landschap.