De lange weg naar Alaska, een verhaal van loslaten en ontdekken - Seward en de Kenai Fjords
Waar gletsjers de zee ontmoeten en orka’s de horizon breken.
In dit negende deel van de Alaska-reeks varen we vanuit Seward de Kenai Fjords in. We spotten orka’s, zeeleeuwen en een slapende walvis, naderen de Aialik-gletsjer en zien papegaaiduikers dobberen op een school vis. Een dag op het water, vol verwondering.
Kenai Fjords – een laatste dag op het water
Onze laatste georganiseerde dagtrip in Alaska begon vroeg. Met een kleine groep van tien passagiers, een kapitein en een bemanningslid vertrokken we vanuit Seward aan boord van een krachtige boot van 800 pk. De sfeer en de zee waren rustig en onze verwachtingen waren hooggespannen. De kapitein vroeg wat we wilden zien. “Walvissen,” zei iemand. “Orka’s,” zei een ander. Ik zweeg, maar hoopte op dat ene speciale moment: een walvis zien springen.
We hadden gehoord dat de kapitein de vorige dag geen bultruggen had gezien, maar dat een groep orka's aan het einde van de tocht dat had goedgemaakt. Vandaag begonnen we meteen goed: een zeeotter gleed voorbij, en kort daarna verschenen de eerste orka’s. Ze kwamen dicht bij de boot en hun rugvinnen staken scherp af tegen de horizon. We keken hoe ze ademden, doken en weer boven kwamen, in perfecte harmonie met de zee.
Verderop lag een grote groep zeeleeuwen op de rotsen. Ze waren lui en luidruchtig. De zon brak voorzichtig door het wolkendek en het water glinsterde. Het was alsof de fjorden ontwaakten en zich openden. We naderden de Aialik-gletsjer, een kolossale muur van ijs met een terminus die de grootste was die we tot dan toe hadden gezien. Zeehonden lagen met hun jongen op de drijvende ijsschotsen en papegaaiduikers, meeuwen en sterns cirkelden in de lucht.
De kapitein wees naar een groep vogels op het water. ‘Ze zitten op een meatball’, zei hij, verwijzend naar een school kleine vissen die zich tot een bal hadden gevormd. Walvissen kunnen ze van ver zien en soms breken ze er dwars doorheen. En toen gebeurde het: de kapitein zag in de verte een bultrug slapen. Hij bewoog nauwelijks. We naderden voorzichtig en toen hij wakker werd, dook hij langzaam onder water. Zijn staart kwam omhoog alsof hij afscheid nam.
Even later hield ik mijn adem in. Eindelijk zagen we een walvis springen! Dertig keer. Elke sprong werd met ademloze stilte gevolgd. Zijn kracht en elegantie, en de herhaling van de sprongen, maakten het tot een soort dans. Het was alsof de walvis ons iets wilde vertellen. We luisterden. En we keken. Vol ontzag.
Exit Glacier – een laatste wandeling onder het ijs
Na de intense dag op het water besloten we het rustiger aan te doen. De zon scheen opnieuw, en we wandelden naar Exit Glacier, een van de meest toegankelijke gletsjers van Alaska. Maar we waren nog moe van de boottocht en tot overmaat van ramp had een mug me ’s nachts gebeten. Mijn oog was opgezwollen en de anti-histamine maakte me alleen maar slaperiger.
We waren oorspronkelijk van plan om naar het Harding Icefield te wandelen, een lange, steile tocht die je boven het gletsjerplateau brengt. Maar we voelden het: vandaag was niet de dag voor hoogte en inspanning. In plaats daarvan brachten we wat tijd door aan de voet van de gletsjer, waar het ijs langzaam smelt en zich terugtrekt. De lucht was fris, het pad gemakkelijk begaanbaar en de stilte indrukwekkend. We picknickten aan de rand van het ijs, met uitzicht op de blauwe massa die zich ooit veel verder uitstrekte.
Net na de lunch begon het zachtjes maar gestaag te regenen. We schuilden in het Alaska SeaLife Centre, een modern museum met interactieve tentoonstellingen over het marine leven. We raakten zeesterren aan, leerden over zeeanemonen en verdiepten ons in de nasleep van de ramp met de Exxon Valdez. De verhalen over olievervuiling, herstel en ecologie gaven ons een nieuw perspectief op wat we buiten hadden gezien. De schoonheid van Alaska is kwetsbaar en moet worden gekoesterd.
’s Avonds aten we een perfect gegrilde Copper River-zalm. De smaak was intens en de textuur boterzacht. Het was een passend einde van een dag die begon bij het gletsjerijs en eindigde aan de zee.
Vertrek uit Seward – afscheid van het water
Op onze laatste ochtend in Seward scheen de zon op de baai en hing de geur van zeewier in de lucht. We wandelden nog een laatste keer langs het water. Over het strand lagen kwallen verspreid, terwijl meeuwen hun ochtendroep lieten horen. We spraken niet, want niemand wilde de waarheid horen – onze tocht door Alaska naderde z’n einde.
Maar nu was het tijd om te vertrekken. We reden weg van Miller's Landing over een hobbelige weg langs Resurrection Bay. De fjorden lagen achter ons en de zee was kalm. Het voelde als een afscheid van het water, het ijs en de dieren die we hadden mogen observeren. Maar het voelde ook als een overgang: terug naar het binnenland, naar gras onder onze voeten en de geur van dennenbomen. Zouden we hier ooit nog terugkomen? Ik droom er nog altijd van.
In het laatste deel van “De lange weg naar Alaska” keren we terug naar Palmer en Tok. We bezoeken de Musk Ox Farm, leren over qiviut en de herintroductie van de muskusos, en rijden via de Glenn Highway terug naar de grens. Een laatste hoofdstuk vol herfstkleuren, reflectie en het zachte dons van een dier dat bijna was uitgestorven.