De lange weg naar Alaska, een verhaal van loslaten en ontdekken - Kenai Peninsula
Waar land en zee elkaar ontmoeten, en de natuur haar kracht toont.
In dit achtste deel van de Alaska-reeks reizen we van Anchorage naar Homer, langs de ruige kustlijn van de Kenai Peninsula. We vliegen over rivieren vol beren, zien zeehonden op rotsen en naderen een actieve vulkaan – een reis vol contrasten en verwondering.
Van Anchorage naar Homer – een rit naar de rand van de wereld
Na de drukte van Anchorage reden we zuidwaarts langs de Turnagain Arm, een baai die bij eb verandert in een zilveren vlakte. De weg slingerde langs het water en de bergen, met af en toe een viewpoint waar we stopten om van het uitzicht te genieten. Het Kenai-schiereiland voelde als een eiland – een plek waar de tijd vertraagt en de natuur de hoofdrol speelt.
Onderweg passeerden we Cooper Landing, waar de Russian en Kenai Rivers samenkomen. Hier wordt aan “combat fishing” gedaan: vissers staan schouder aan schouder in het water, elk met hun eigen techniek, in de hoop een zalm te vangen. We zagen ze in actie, maar reden verder – wij waren geen vissers, maar reizigers.
Homer ligt letterlijk aan het einde van de weg. Het stadje heeft een lange landtong – een smalle strook die uitsteekt in de baai – met vissersboten, kunstgalerijen en een sfeer die tegelijk ruig en artistiek is. We vonden er rust en stilte, maar ook avontuur.
Russische wortels in het hart van Kenai
Terwijl we genoten van een rustige brunch, regende het pijpenstelen, maar dat weerhield ons er niet van om een stukje geschiedenis op te zoeken. In Kenai stapten we een kleine orthodoxe kerk binnen, waar een priester ons hartelijk verwelkomde. Hij vertelde ons dat hij daar al 35 jaar woonde en legde uit dat orthodoxe priesters mogen trouwen, mits dat vóór hun wijding gebeurt. Volgens de traditie moet de vrouw ongetrouwd zijn, geen danseres en zuiver in de ogen van de kerk. Terwijl hij ons rondleidde, stond hij erop om op elke foto te staan. We deden een kleine donatie en kochten een houten pop die rechtstreeks uit Rusland was geïmporteerd, waarvan de opbrengst naar de kerk ging.
Verderop, in Ninilchik, maakten we nog meer kennis met dit Russische erfgoed. Het dorp, gesticht in het begin van de 19e eeuw, ademt orthodoxe traditie. De families hier zijn vaak van zowel Russisch-orthodoxe als inheems-Amerikaanse afkomst. De groen-witte kerk, omgeven door een begraafplaats met wilde bloemen, vormt een schilderachtig contrast met de ruige kustlijn. Op heldere dagen domineert de Mount Iliamna, een actieve vulkaan van meer dan 3000 meter hoog, het landschap. Vandaag was hij echter verborgen achter regenwolken, maar de sfeer was nog steeds magisch. Dit is een deel van Alaska dat doet denken aan de tijd dat het land nog Russisch was, lang voordat het in 1867 door de Verenigde Staten werd gekocht.
Katmai – vliegen naar berenland
De volgende ochtend stonden we vroeg op. De lucht was helder en de baai was kalm. Bij de watervliegtuigsteiger kregen we onze briefing: we zouden naar Brooks Falls in Katmai National Park vliegen, waar grizzlyberen en zalmen een eeuwenoud ritueel uitvoeren. Onze piloot, Dale, zag eruit als een archetypische bushpiloot: slank, met een snor en een zonnebril, en nogal zwijgzaam. Hij duwde de Beaver – een klein Otter-watervliegtuig – van de kust af en voor we het wisten, gleden we over het water. De motoren brulden en de propeller trok ons vooruit; plotseling waren we van de grond.
De vlucht was magisch.
We vlogen laag over de baai, langs Mount Augustine, een actieve vulkaan die nog steeds rookte na een uitbarsting eerder dat jaar. De zee glinsterde en de bergen lagen als muren onder ons. In de verte zagen we rivieren zich een weg banen door het landschap. Zelfs vanuit de lucht zagen we de eerste beren – kleine bruine stipjes langs de oevers.
Bij aankomst in Katmai werden we er meteen aan herinnerd dat we ons in berengebied bevonden. De parkwachters gaven ons enkele instructies: ‘Maak lawaai, roep “Hey, bear!” en geef altijd voorrang.’ De beren zijn hier thuis. Wij zijn de gasten.
We wandelden over een pad dat ook door beren wordt gebruikt. Elk geluid en elke beweging werd intenser. De spanning was tastbaar.
Bij Brooks Falls lagen de grizzlyberen al in het water te wachten tot de zalm zou springen. Sommigen stonden roerloos als standbeelden, anderen vochten om een vangst. Ondertussen kroop een moederbeer met drie welpen langs de rand van het spektakel, onopgemerkt door de grote mannetjes.
Op de terugweg naar het watervliegtuig werden we opgehouden. Twee beren lagen te slapen op het strand – precies waar de vliegtuigen moesten opstijgen. Niemand mocht dichterbij komen dan honderd meter. De piloten wachtten. De beren sliepen. En wij stonden daar, gevangen in hun ritme. Uiteindelijk kwam Dale, onze piloot, via een andere route aan. Hij landde op een veilige afstand, en we konden vertrekken. De rest van de groep bleef nog even vast – de beren bepaalden het schema.
Tijdens de terugvlucht trakteerde Dale ons op een extra sightseeing tour boven de McNeil River. We zagen tientallen beren, moerassen vol zalm en een rots bedekt met zeehonden. Hij vloog laag over de vulkaan, vlak boven de krater. Er steeg rook op en de aarde ademde. Het was een onvergetelijk moment.
Mosselen, heilbot en een vis die niet beet
Terug in Homer besloten we om te gaan vissen. We huurden hengels, kochten een vergunning, en gingen naar de Fishing Hole. De zalmen sprongen uit het water, maar beten niet. Uiteindelijk ving ik een vis van 12 centimeter – wat een een hilarisch moment was dat de kinderen zich nog lang zullen herinneren. We gaven het op en kochten 5 pond verse heilbot bij de visboer voor 56 dollar, rechtstreeks van de boot.
Die avond gingen Gaïa, Alessio en ik bij eb mosselen rapen. De emmer was snel vol, en ik maakte er een pasta mee. De smaak was puur, zilt en lokaal – zoals Alaska hoort te zijn.
Kajakken rond Yukon Island – tussen rotsen, kelp en verrassingen
De volgende dag schakelden we over op een ander ritme: dat van de zee. We namen een watertaxi naar Yukon Island, een klein eilandje in Kachemak Bay. Daar lagen de kajaks voor ons klaar en werden we uitgerust met rubberen laarzen, spatzeilen en reddingsvesten. Gaïa en ik deelden een kajak, zij zat achterin en ik voorin. Zij stuurde en ik volgde. Didier en Alessio deelden een tweede kajak. Het water was kalm en de zon scheen – het was ideaal, totdat onze gids uitlegde hoe we uit een gekantelde kajak moesten ontsnappen. Mijn nachtmerrie!
De eerste meters waren wankel. Mijn spieren waren gespannen en ik was kortademig. ‘Haal diep adem’, riep Allison, onze gids, vanaf de kust. Ik dacht aan yoga en liet me gaan. Langzaam gleed de kajak over het gladde water. We peddelden langs rotsen, kelpbedden en steile kliffen. De zee was helder; soms konden we de bodem zien. We proefden de kelp, die zout en bitter was, en zagen een zeester op een rots liggen. Allison raapte hem voorzichtig op en liet hem rondgaan.
Bij Elephant Rock – een rots in de vorm van een olifant – kwamen de golven binnen. Ik voelde me klein in de laaggelegen boot, dicht bij het water. Gaia bleef op koers, maar ik was blij toen we aan land gingen voor de lunch. We aten op een strand omringd door hoge kliffen en luisterden naar het gekrijs van drie slechtvalken. De zon scheen en de wind trok aan; ik voelde mijn benen weer.
De terugreis was spannend: er waren hogere golven, mijn benen waren weer stijf en Gaia had rugpijn. Terwijl anderen de branding trotseerden, bleven wij in rustiger water en werden we beloond met het zicht op een zeeotter die op zijn rug dreef met een steen op zijn buik om schelpen te kraken. Het is een fascinerend dier dat een derde van zijn tijd besteedt aan eten, slapen en zich verzorgen om warm te blijven.
Net toen we dachten dat het avontuur voorbij was, dook er een bultrugwalvis op. Eerst verscheen er in de verte een waterstraal, daarna die iconische staartklap. We waren veilig genoeg, maar dichtbij genoeg om kippenvel te krijgen. Met vermoeide armen peddelden we terug naar de basis, opgelucht en voldaan. Conclusie? Het was een onvergetelijke dag, maar kajakken op zee zal nooit mijn favoriete sport worden.
In het volgende deel van “De lange weg naar Alaska” reizen we naar Seward en de Kenai Fjords. We varen langs gletsjers, spotten orka’s en zeeleeuwen, en ontdekken hoe de zee en het ijs elkaar ontmoeten in een landschap dat tegelijk woest en wonderschoon is. Een hoofdstuk vol water, wind en verwondering.