De lange weg naar Alaska, een verhaal van loslaten en ontdekken - van Haines Junction tot Valdez
Tussen alpine bloemen en grindwegen: een reis door het hart van de Yukon en het zuiden van Alaska.
In dit vijfde deel van de Alaska-reeks trekken we van Haines Junction via Kluane National Park naar Valdez. Onderweg ontmoeten we grizzlyberen, zien we gletsjers smelten en ontdekken we hoe het voelt om echt ver weg te zijn – op wegen die je doen dromen én wakker schudden.
Van Haines Junction naar Kluane – Bergen, wind en stilte
We verlieten Haines Junction, een klein dorpje dat als toegangspoort tot Kluane National Park fungeert. Het was opvallend hoe snel de camping leegliep – reizigers komen hier langs, maar blijven zelden. Voor ons was het park niet de plek om dagenlang te wandelen: de paden zijn lang en ruig, en bovendien hadden we andere plannen. Toch genoten we van het steeds veranderende landschap. Besneeuwde bergtoppen en gletsjermeren en -rivieren volgden elkaar op terwijl de weg langs de rand van het park slingerde.
Hoe verder we reden, hoe kaler en ruiger het landschap werd. De bergen van Kluane en Wrangell-St. Elias houden de stormen uit de Stille Oceaan tegen, waardoor er minder neerslag valt. Dat maakt de vegetatie kwetsbaar voor de ijzige wind. Bij Sheep Mountain, langs de Alaska Highway, zagen we hoe de omgeving veranderde van weelderig groen naar een bijna alpine leegte. Hier leven Dall-schapen, die goed te zien zijn met een verrekijker of door de telescopen in het bezoekerscentrum.
We stopten bij Burwash Landing voor de lunch en bezochten het plaatselijke museum. Buiten bloeiden wilde bloemen in een bonte kleurenpracht. Terwijl Didier foto's nam, maakten de kinderen een boeket. Het was een rustig moment waarop Alaska zich opnieuw in al zijn eenvoud liet zien: wind, bergen, bloemen en stilte.
De weg naar Beaver Creek – Dips, golvingen en een RV die het houdt
De rit naar Beaver Creek was allesbehalve vlak. De Alaska Highway slingerde door het landschap, maar de weg zelf leek soms op een achtbaan. Kuilen, verzakkingen en onverwachte bulten maakten het rijden vermoeiend. Op een bepaald moment miste Didier een waarschuwingsbord en we denderden over een stuk weg dat voelde alsof de camper uit elkaar zou vallen. We keken elkaar aan in ongeloof – en reden verder, iets trager.
Onderweg stopten we bij Burlbilly Hill, een houtatelier waar de eigenaar schalen en kandelaars maakt uit zogenaamde “burls” - houtvervormingen veroorzaakt door bacteriën. Zijn vrouw, die oorspronkelijk uit Aken kwam, vertelde ons dat ze al tien jaar in Yukon woonde en dol was op het eenvoudige leven. Haar glimlach was ontwapenend, ondanks het feit dat ze nog maar één tand had in haar onderkaak.
We zagen een elandkoe met haar kalf langs de kant van de weg. Het kalf verdween onmiddellijk in de struiken, schuw en wild. Wat een contrast met de elanden in het Algonquin Park in Ontario, die aan mensen gewend zijn. Hier was alles nog écht wild. De 300 kilometer voelden als 600, maar uiteindelijk kwamen we moe maar tevreden aan in Beaver Creek
Het was 21:45 uur en de zon stond nog hoog aan de hemel, een surrealistisch gevoel dat je alleen op hoge breedtegraden ervaart. Alessio en ik schopten een bal over het droge gras alsof het een gewone zomerdag was. Maar er was niets gewoons aan, want zelfs zo laat op de avond hadden we een zonnebril nodig om de bal goed te kunnen zien.
Grensovergang en Glennallen – Geen 911, wel hulp onderweg
De volgende dag staken we opnieuw de grens over naar Alaska. Het 30 kilometer lange stuk weg tussen de Canadese en Amerikaanse douaneposten was een soort niemandsland, stil en sereen. We zagen een jonge eland in een poel, maar helaas was hij te ver weg om een goede foto te maken. De Amerikaanse douanier was streng, maar alles verliep vlot.
De weg naar Glennallen was zwaar. We reden over de Tok Cutoff, een route die in 2002 zwaar beschadigd werd door een aardbeving van 7,9 op de schaal van Richter. Op sommige plaatsen leek de weg op een wasbord, met golvend asfalt en diepe kuilen. En toen, vlak voor ons, verloren een motorrijder en zijn passagier de controle over hun motor en vielen. De vrouw zat op de weg, geschokt en gewond. Er was geen mobiel bereik en er waren geen hulpdiensten in de buurt. We hielpen hen overeind, verzamelden hun spullen en stuurden iemand naar een nabijgelegen tankstation voor hulp. Uiteindelijk konden ze daar op adem komen. Ze kwamen uit Maryland en de man vertelde ons dat de hele reis mis was gegaan, met regen, een kapotte motor en nog meer tegenslagen. Het was een moment van verbondenheid en een besef van hoe kwetsbaar je bent in deze uitgestrekte wildernis.
De weg naar Valdez – Gletsjers, olie en een kamer met uitzicht
We werden wakker onder een stralend blauwe hemel en vertrokken vroeg naar Valdez. Al snel stuitten we echter op een probleem: er was geen enkel tankstation open op weg naar Copper Centre. Hoewel Didier me probeerde gerust te stellen, zag ik ons al fietsen door het Chugach-gebergte en over Thompson Pass, een scenario dat ik op de kaart begon uit te stippelen. Gelukkig vonden we na vijftien mijl een benzinestation en Didier zei droogjes: “Relax en leef in het moment.” Hij had gelijk – zoals altijd.
Onderweg zagen we voor het eerst de Alaska Pipeline, een icoon uit de jaren 70. Deze pijpleiding werd tussen 1975 en 1977 aangelegd en zorgde voor een economische bloei tijdens de ‘pijpleidingdagen’. Het traject begint in Prudhoe Bay aan de Noordelijke IJszee en slingert zich door de wildernis en bergketens naar Valdez, waar de natuurlijke helling ervoor zorgt dat de olie zonder pompen in tanks en tankers kan stromen.
Hoe dichter we bij de Chugach Mountains kwamen, hoe spectaculairder het landschap werd. We lachten om de bizarre verhalen achter de plaatsnamen: Chicken kreeg zijn naam omdat de lokale bevolking het woord ‘ptarmigan’ niet kon spellen, terwijl Tok werd vernoemd naar een huskypuppy van ingenieurs die aan de weg werkten. We stopten bij de Worthington-gletsjer. Mist en wolken konden zijn grootsheid niet verbergen. Didier negeerde het bordje ‘op eigen risico’ en liep naar de rand van het ijs. Ik keek toe met een mengeling van fascinatie en angst – mijn typische haat-liefdeverhouding met gletsjers. Terwijl hij foto's nam, leerde ik dat gletsjers U-vormige valleien uithollen, in tegenstelling tot de V-vorm die door rivieren wordt uitgeslepen.
Op de Thompson Pass kleurden wilde bloemen de bermen in een palet van roze, geel en paars. De regen en kou konden ons niet deren.
We stopten bij Bridal Veil Falls en zagen zalmvissers langs een beek in Keystone Canyon. We keken jaloers naar hun vangst: Copper River-zalm was zo overvloedig aanwezig dat je ze bijna met een schepnet kon opscheppen. Zonder vergunning of uitrusting bleef dit echter slechts een droom – misschien ooit in Australië met mijn neef Marc.
Valdez zelf was kleiner dan verwacht. Het is niet meer dan een vissers- en oliedorp waar het leven eenvoudig is. We spraken met een visboer wiens vrouw bij de olieterminal werkte. Vroeger kon je de terminal bezoeken, maar sinds 9/11 is alles afgesloten. Zelfs hier heeft de paranoia zijn sporen nagelaten. We kochten twee prachtige Copper River-zalmfilets en een stuk heilbot – verser dan vers. Na een korte wandeling door het stadje besefte ik: Valdez is geen toeristische trekpleister, maar een plek voor vissers, arbeiders en reizigers die op zoek zijn naar het echte Alaska.
‘s Avonds verloor ik een van mijn gouden oorbellen, die ik in K'san Village had gekocht. Didier ging op zoek en vond hem in de wasruimte, alsof het zo moest zijn. We aten, dronken een glas wijn, en keken uit het raam van onze camper. “Room with a view,” zei Didier. En hij had gelijk.
Boottocht naar Columbia en Meares – IJs, zeeotters en een glimp van een walvis
Onze boottocht met Stan Stephens Cruises was een van de hoogtepunten van onze reis. We vertrokken vroeg op een dagtrip naar de Columbia- en Meares-gletsjers, goed ingepakt tegen de kou. Onze boot, de Valdez Spirit, was een moderne catamaran met panoramische ramen en comfortabele zitplaatsen. Het weer was perfect, de bemanning was vriendelijk en kapitein Stan Stephens was een schat aan informatie over de natuur en geschiedenis van Alaska.
Toen we door de Valdez Narrows voeren, zagen we al snel Stellerzeeleeuwen en zeehonden. Stan vertelde ons over de Columbia-gletsjer, die ooit stabiel was, maar sinds 1983 snel aan het terugtrekken is. Het is riskant om deze gletsjer te benaderen vanwege de aanwezigheid van afkalvende ijsmassa's en drijvende ijsbergen, waarvan 90% onder water ligt. Toen we Heather Island passeerden, verschenen de eerste ijsbergen, die blauw glinsterden tegen de grijze lucht. Op kleinere ijsschotsen lagen zeehonden met hun jongen. We kwamen tot op anderhalve kilometer van de gletsjer en hoorden het ijs kraken terwijl er stukken afbraken – een indrukwekkend schouwspel.
Toen kwamen we een groep zeeotters tegen die schattig op hun rug dreven met hun buik als tafel voor schelpdieren. Stan legde uit dat volwassen mannetjesotters tot 45 kilo kunnen wegen en obsessief bezig zijn met het schoonhouden van hun vacht om hun isolatie te behouden. Oudere otters herken je aan hun witte kop, terwijl jongere otters helemaal bruin zijn. Ze waren verrassend tam en bleven dicht bij de boot. Verderop zagen we een zwarte beer met twee welpen langs de kust.
Na een warme lunch zetten we koers naar de Meares-gletsjer, die in tegenstelling tot de Columbia-gletsjer nog steeds groeit. We kwamen tot op een halve mijl afstand en zagen ijsarmen als bevroren watervallen langs de berghellingen naar beneden komen.
Op de terugweg maakten we een omweg naar Glacier Island, waar we een bultrugwalvis zagen springen en met zijn staart slaan voordat hij diep onder water dook. Een eindje verder bij Bull Head lag een kolonie Steller-zeeleeuwen – logge reuzen van wel 550 kilogram – en kleurrijke papegaaiduikers die tussen hen door dartelden.
We genoten van een kom clam chowder en voeren toen Valdez binnen, moe maar voldaan. Het was een dag vol ijs, water en wilde dieren – een herinnering die Alaska onvergetelijk maakt.
In het volgende deel van “De lange weg naar Alaska” bereiken we Denali National Park. We rijden over grindwegen door de ongerepte wildernis, ontmoeten kariboe en sledehonden, en ontdekken hoe het voelt om écht midden in Alaska te staan – ver van alles maar dicht bij de natuur.